- National Wind Watch: Wind Energy News - https://www.wind-watch.org/news -

Waarom vaker dode bruinvissen rondom offshore windparken?

[Why are dead porpoises found more often around offshore wind farms? (translate article to English)]

“Hoe kan het dat we vaker dode bruinvissen vangen rondom offshore windparken?”, vraagt Art-Jan van der Plas (WR 244 en KW 5). Tim Haasnoot van Vistikhetmaar zoekt het uit.

Vissers melden steeds vaker dat ze rondom offshore windmolenparken dode bruinvissen vangen. Om op zoek te gaan naar een antwoord zijn zeezoogdierexperts Mardik Leopold van Wageningen Marine Research en Lonneke IJsseldijk van Universiteit Utrecht ingeschakeld. Bij het horen van de vraag is hun interesse meteen gewekt, want beiden doen al jaren onderzoek naar bruinvissen in de Noordzee. Onderzoek wordt nu gedaan met dode bruinvissen die aanspoelen op de Nederlandse kust. Over dode bruinvissen die verder op de Noordzee worden gevangen is daarentegen zeer weinig tot niets bekend.

Metingen aan een aangespoelde dode bruinvis.

Om meer informatie in te winnen over de precieze situatie is afgesproken met Art-Jan (en Nico) van der Plas (KW 5 en WR 244), Dirk Kraak (BRA 7) en Cor (en Adrie) Vonk (TX 1). Allen hebben kenbaar gemaakt dezelfde waarnemingen op zee te doen. Het lijkt ogenschijnlijk een eenvoudige vraag, maar het gevaar ligt op de loer om te snel verbanden te leggen tussen de aanleg van offshore windparken en de waargenomen dode bruinvissen. Zo is er een aantal aanvullende vragen voorgelegd aan genoemde vissers, zoals:

Tijdens het gesprek met Art-Jan aan boord van de KW 5 is duidelijk geworden dat hij met ‘vroeger’ doelde op de tijdsperiode waarin zijn vader, Nico van der Plas, viste. ,,Vroeger ving je heel af en toe een dode bruinvis, maar tegenwoordig is het bijna iedere reis wel raak’’, aldus Art-Jan. ,,Wij willen gewoon graag dat er onderzoek komt om te bepalen waaraan die bruinvissen doodgaan.’’

Diagnose

Het bepalen van de doodsoorzaak is echter geen eenvoudige taak. ,,Wanneer bruinvissen vooral in vergaande staat van ontbinding verkeren, maakt dit het onderzoek naar de doodsoorzaak moeilijk’’, aldus IJsseldijk. ,,Bij pathologisch onderzoek kijken we naar veranderingen in de organen, zowel met het blote oog als op celbasis onder de microscoop, maar weefsels verliezen kleur, vorm en consistentie wanneer de rottingsbacteriën gaan meespelen. Dit geldt vooral ook voor weefsels rondom de binnenoren, zoals het trommelvlies, waardoor onderzoek naar gehoorschade ook alleen maar kan bij hele verse bruinvissen.”

Een opgeviste dode bruinvis tussen de vangst.Een opgeviste dode bruinvis tussen de vangst.

Vader en zoon Van der Plas geven aan dat zij zich zorgen maken om ‘stress’ bij bruinvissen door geluid rondom de windparken. IJsseldijk: ,,Stress is een diagnose die we niet als doodsoorzaak kunnen stellen, omdat het geen direct letsel veroorzaakt. Stress kan bijvoorbeeld wel effect hebben op voedingstoestand of immuunsysteem, waardoor dieren ziek, mager en zwak worden, met alle gevolgen van dien. En dat soort dingen kunnen we wél vaststellen. We zullen het onderzoek dus moeten richten op de algehele gezondheidsstatus van deze opgeviste bruinvissen. Uiteindelijk kunnen we dit vergelijken met wat we vinden bij de gestrande bruinvissen: zijn de dieren die opgevist worden rond de windparken in slechtere gezondheidsconditie dan dieren uit het kustgebied?”

Mardik Leopold voegt toe: ,,Onderzoek aan de maaginhoud van de dood-opgeviste bruinvissen kan ons verder helpen om vast te stellen of deze opgeviste bruinvissen inderdaad in windparken zijn overleden. Hadden de dieren vissen gegeten die in windparken geconcentreerd voorkomen, zoals bijvoorbeeld steenbolken? De maag blijft in de dode bruinvis vaak lang intact, zodat behoorlijk rotte exemplaren nog wel geschikt zijn voor dit onderzoek.”

Het is dus wel degelijk mogelijk om de bevindingen van de vissers te toetsen en kracht bij te zetten, maar dan is er wel meer informatie nodig.

Plan

In overleg met de betrokken vissers is het volgende plan opgesteld:

Het laatste punt is van belang om te voorkomen dat het karkas van de bruinvis de overige vangst van de kotters aantast. Er worden ontheffingen geregeld voor de drie deelnemende vissersvaartuigen om de opgeviste dode bruinvissen aan te landen. Op het moment dat een kotter met een opgeviste dode bruinvis naar binnen stoomt, wordt melding gedaan aan de onderzoekers. De luchtdichte kist met de dode bruinvis wordt dan bij binnenkomst opgehaald en de bruinvis onderzocht.

Begin 2020 worden de eerste resultaten van deze pilotstudie verwacht. Deze resultaten worden gedeeld met de vissers en via de ‘Vistikhetmaar’-column in Visserijnieuws. Vissers die ook regelmatig dode bruinvissen vangen in de buurt van windmolenparken kunnen zich uiteraard ook melden via onderstaand mailadres.

Strandingen

In de laatste decennia is het aantal aangespoelde bruinvissen enorm toegenomen. Waar in de 20ste eeuw minder dan honderd dode bruinvissen per jaar gerapporteerd werden, nam dit daarna gestaag toe. Met als piek de strandingsjaren 2011 en 2013: ieder jaar bijna 900 gestrande dode bruinvissen op alleen al de Nederlandse kust! De stijging was reden voor het ministerie om een onderzoek in te stellen naar de oorzaken van sterfte. Bruinvissen zijn een beschermde diersoort. Het onderzoek richt zich op het vaststellen van de belangrijkste bedreigingen voor bruinvissen in Nederlandse wateren, met als focuspunten: pathologie, dieet en contaminanten (ziekte veroorzakende stoffen). Het eerste vindt plaats op de Faculteit Diergeneeskunde (Universiteit Utrecht), de laatste twee bij Wageningen Marine Research. Meer info: www.uu.nl/strandingsonderzoek en https://www.wur.nl/nl/Dossiers/dossier/Bruinvissen.htm.